Volg ons  Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook

Deel deze pagina:
FaceBook  Twitter  

Een heremiet is een religieuze persoon die in afzondering van de bewoonde wereld leeft. Maar wat heeft dat nu met de heremietkreeft te maken?

Het woord heremiet komt uit het Grieks en betekent “verlaten” of “onbewoond”. En wie wat meer over de heremietkreeft weet, zal meteen begrijpen waarom deze naam bijzonder goed van toepassing is op dit praktisch ingestelde dier.

Soorten

Er zijn zo’n vijfhonderd verschillende soorten heremietkreeften door biologen beschreven. De meeste daarvan leven in het water, maar er zijn ook soorten die op het land leven.

De heremietkreeft is meestal snel te herkennen. Hij gebruikt immers een lege schelp om zijn kwetsbare zachte achterlichaam mee te beschermen tegen aanvallers. Die schelp heeft hij niet zelf gemaakt maar ergens gevonden, en als hij groeit wisselt hij gewoon van schelp naar een groter exemplaar.

De verhuizing

Doordat het gemakkelijker is om het lichaam goed in een slakkenhuis te verankeren als in een andere schelpvorm, zul je heremietkreeften vooral tegen komen met een slakkenhuis op hun rug. Het slakkenhuis dat hij draagt heeft hij meestal leeg gevonden. Vandaar zijn naam. Hij neemt een “onbewoond” huis in gebruik.

Toch zijn er natuurlijk uitzonderingen. Op het land liggen nu eenmaal niet zoveel onbewoonde huisjes voor het oprapen en nood breekt wet. Het komt op het land dan ook nog wel eens voor dat heremietkreeften hun soortgenoten uit een schelp trekken of hard op de schelp kloppen zodat de oorspronkelijke bewoner eruit zal gaan uit angst. Een soort huisuitzetting of onteigening dus.

Een dergelijke onteigening komt ook onder water voor wanneer er veel dieren zijn van ongeveer dezelfde omvang en er daardoor te weinig schelpen van de juiste maat beschikbaar zijn. Het onteigenen kan er hard aan toegaan en kan vergeleken worden met territoriale gevechten van sommige andere diersoorten. Er sterven soms heremietkreeften bij.

Maar zo hard als dit klinkt, is het in de praktijk niet altijd. Op een bepaalde manier zijn heremietkreeften namelijk toch best ook sociale dieren. Het wisselen van schelpen vindt bij een lage concurrentie bijvoorbeeld vaak plaats in groepen heremietkreeften samen. Wanneer de grootste kreeft een nieuwe woning betrekt, blijft zijn schelp over en die wordt op zijn beurt gebruikt door de in grootte eerst volgende heremietkreeft en ga zo maar door. Ze staan dan in een rijtje op elkaar te wachten. Ook op het land komt deze groepsgewijze verhuizing voor, maar doordat daar meestal minder woningen ter beschikking zijn, zie je dit minder vaak gebeuren.

Zelfs bij onteigening kan het voorkomen dat er in een groep verhuisd wordt. Maar voor het kleinste dier kan het dus gebeuren dat er dan geen schelp meer overblijft waar hij in past. In dat geval is hij erg kwetsbaar en overleeft hij niet altijd deze verplichte verhuizingsprocedure omdat hij uiteindelijk ten prooi valt aan roofdieren.

Niet zo maar een nieuwe woning

Wanneer een heremietkreeft wil verhuizen, verlaat hij zijn schelp en test hij de grotere schelp voordat hij hem inneemt. Mocht deze niet bevallen, doordat hij bijvoorbeeld te groot is, dan gaat hij weer terug naar zijn eigen schelp en kruipt daar weer in.

In een dergelijk geval wachten heremietkreeften maximaal een uur of acht om te zien of een andere heremietkreeft wel naar deze grote schelp wil verhuizen. Vindt een andere kreeft namelijk wel dat hij goed past, dan zal de schelp die hij achterlaat ongetwijfeld groter zijn dan degene waar de wachtende heremietkreeft zich in bevindt. Op die manier kunnen zich wel meer dan tien heremietkreeften verzamelen en ontstaat de eerder beschreven verhuizingslijn.

Overigens lijkt het er misschien op dat heremietkreeften altijd gebruik van slakkenhuizen zouden maken, maar niets is minder waar! Ze mogen daar dan voorkeur voor hebben, maar ook hier geldt dat de nood wetten breekt en soms worden dan ook heremietkreeften gespot die een stuk hout als huisje meezeulen, of een holle steen of bijvoorbeeld een weggegooid blikje.

Dat meezeulen is natuurlijk wel een ding. Op het land heb je daar als heremietkreeft nog meer last van dan onder water ivm de weerstand van de grond en het ontbrekend van de opwaartse kracht boven water. Land heremietkreeften stellen daarom meer eisen aan het gewicht van hun woning dan zee soorten en hollen hun woningen daarom vaker uit of halen er stukken van af teneinde de woningen gebruiksvriendelijker te maken.

Zowel onder water als boven water worden de bestaande woningen wel eens aangepast wanneer er geen nieuwe woningen beschikbaar zijn. Ze worden dan aangepast aan het groeiende lichaam door er delen af te halen zodat het lichaam er weer goed in past.

Andere bewoners

De woning van de heremietkreeft kent soms meerdere bewoners. Enkele daarvan kunnen door de heremietkreeft zelf daar zijn neergezet. Sommige soorten heremietkreeften plaatsen namelijk zeeanemonen op de schelp zodat ze daarmee beter gecamoufleerd worden en roofdieren af kunnen schrikken. Op een van de foto’s hiernaast zie je dat een heremietkreeft zijn schelp daar helemaal vol mee heeft zitten. Deze foto’s zijn gemaakt in Egypte in de Rode Zee in 2018. Bij het verhuizen naar een andere woning verplaatst de heremietkreeft dit soort dieren zorgvuldig van de oude naar de nieuwe woning.

Een minder gewenste bewoner van de schelp is het heremietzakje. Dit is een kreeftachtige parasiet die zich hecht aan de heremietkreeft en zich te goed doet aan diens organen. Omdat deze parasiet deels binnen en deels buiten het lichaam van de heremietkreeft leeft, herken je deze aan een zakje aan de buitenkant van het lijf van de heremietkreeft. Vandaar de naam voor deze parasiet.

Geen echte kreeft

Heremietkreeften mogen eigenlijk niet echt kreeft genoemd worden. Het is namelijk geen kreeft, noch een krab. De heremietkreeft behoort immers tot de Anomura, en niet tot de Astacidea waartoe de kreeften behoren. Ze behoren echter met de kreeften en krabben toe tot de Decapoda (tienpotigen) en staan evolutionair dan ook dicht bij elkaar. In het late krijt (70 miljoen jaar geleden) vinden we al fossielen van deze dieren terug.

De poten bestaan uit vijf paar looppoten. Een paar daarvan bevat de scharen. De meeste soorten hebben een lang, spiraalvormig gebogen lichaam dat zacht is omdat dit deel niet gepantserd is. Dit is dan ook het deel dat beschermd moet worden door de schelp. Het uiteinde van het lichaam is aangepast zodat het stevig het slakkenhuis van binnenuit kan vastklemmen.

Omdat de meeste heremietkreeften nachtdieren zijn, zie je bijvoorbeeld in de Rode zee soms grote exemplaren tijdens het nachtduiken over de bodem scharrelen. Overdag kom je ze een stuk minder vaak tegen.

De voortplanting

Het vrouwtje neemt de bevruchte eitjes mee in haar schelp totdat ze uitkomen. Met de waaiervormige achterpoten zorgt ze steeds voor de aanvoer van vers zuurstofrijk zeewater. Als ze uitgekomen zijn verlaten de jongen de schelp en leven ze een aantal weken als plankton in de zee. Wanneer ze groot genoeg zijn, zinken ze naar de bodem en gaan ze op zoek naar hun eerste schelp.

Afhankelijk van de soort kan de heremietkreeft tamelijk oud worden. We spreken hierbij over leeftijden tot wel 75 jaar. Het idee dat een heremietkreeft dus een “wegwerphuisdier” zou zijn is pertinent onjuist en mensen die dit niet weten zouden hier op geattendeerd moeten worden. In aquaria komen heremietkreeften voor die daar al meer dan 32 jaar in leven.

Voedsel

Nagenoeg alle heremietkreeften zijn vleeseters, maar ze eten ook aas, planten en kunnen zelfs van plankton leven. Om dit te kunnen doen beschikken ze zowel over een zeef waarmee plankton gevangen kan worden als een slijmnet waarmee diertjes gevangen kunnen worden. Daarnaast beschikken ze over een soort borstels om dieren uit het zand te kunnen halen. Ze zijn dus van nogal wat markten thuis.

De gewone heremietkreeft

Iedereen die duikt in Nederland, maar ook mensen die goed hebben gekeken tijdens strandwandelingen, zijn wel eens heremietkreeften tegen gekomen. Doorgaans zijn ze klein en herkenbaar aan de schelp op de rug, maar ook aan een aanzienlijk grotere rechterschaar.

Deze soort heet de “gewone heremietkreeft”. Ze zijn zo klein dat ze hun kwetsbare lichaam vaak in alikruiken hebben gestopt. Deze dieren zijn de jonge exemplaren. De volwassen dieren passen daar niet meer in en tref je dan ook vaker aan in bijvoorbeeld de schelp van een wulp.

Omdat de wulpstand onder druk is komen te staan, zijn er minder wulpschelpen beschikbaar. Dit heeft een behoorlijk effect gehad op de concurrentie en dat is te merken geweest aan de afname van de heremietkreeftenstand.

De gewone heremietkreeft scharrelt soms langs de waterlijn, maar komt voor tot wel 150 meter diepte. Omdat hij geen speciale voorkeur lijkt te hebben voor zand of steen, kom je hem vrijwel overal in het zoute water in Nederland tegen.

De kokoskrab

De kokoskrab (ook klapperdief genoemd) is ook een heremietkreeft. Over deze soort bestaan veel misverstanden en omdat hij meteen ook de grootste heremietkreeft is, is het de moeite waard daar iets meer over te weten.

De kokoskrab is als heremietkreeft dus geen krab en hij leeft ook echt niet alleen van kokosnoten zoals wel eens beweerd wordt. Hij is ook echt niet in staat kokosnoten kapot te maken met zijn scharen. Dat alles is onzin. Hij is wel, zoals zoveel kreeften, een echte alleseter maar leeft overwegend van vruchten en leeft op het land, vaak in het bos, in warme streken zoals Australië, Japan en India.

De kokoskrab kan zo’n dertig cm lang worden waarbij de mannetjes groter zijn dan de vrouwtjes. Ze kunnen goed in bomen klimmen en met hun gewicht tot 4 kg is dat natuurlijk best een fraaie prestatie. Hij is met zijn lengte en gewicht overigens de grootste ongewervelde op het land. De keerzijde van zo’n lichaam is dat hij geliefd is door mensen als voedsel. Vang er een en je hebt meteen veel vlees. Omdat het vlees smaakt naar kreeft, spreken we hier over een ware delicatesse. Dat is dan ook zijn grootste bedreiging. Toch staat hij niet op de lijst van bedreigde diersoorten. Dit omdat men niet goed in kaart kan brengen hoeveel er nog zijn. Dat zegt dus niets over de daadwerkelijke bedreiging van deze diersoort.

De kokoskrab gebruikt geen schelp om zijn lichaam mee te beschermen, dit in tegenstelling tot de meeste andere soorten heremietkreeften. Om die reden graaft hij holen zodat hij zich daarin kan beschermen. Doordat hij geen schelp gebruikt, kan hij zich veel beter verplaatsen en daarmee verder het land intrekken om voedsel te zoeken en klimmen in bomen om vruchten te bemachtigen. Hij wordt steeds vaker in de buurt van mensen gezien omdat hij in het afval zoekt naar voedsel. Niet zo handig, want hij valt flink op door zijn kleuren.

Hij kan zich zo’n halve KM per etmaal verplaatsen. Hij zal echter altijd in de buurt van water moeten blijven omdat hij kieuwen heeft. Voor kieuwen heb je water nodig en hij moet die dan ook vochtig houden. Dat kan de kokoskrab ook met gewoon oppervlaktewater doen. Daarnaast vindt de voortplanting in de zee plaats. Vandaar dat je ze niet verder dan zo’n 6 km van de kust tegen zult komen.

 

Dive4all is

Aquamed logo
Officieel Aqua Med dealer. Registreer online

Mares logo
Officieel Mares Premium Reseller

Dive4all opleidingen worden uitsluitend gegeven door gecertificeerde PADI Instructeurs en Divemasters.

Dive4all PADI school Utrecht

Tweets

Een vraagje

Het belangrijkste aan een duikvereniging is de