Volg ons  Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook

Deel deze pagina:
FaceBook  Twitter  

Veel mensen hebben een haat-liefde verhouding met zee-egels. Menigeen heeft de stekels van deze dieren in het buitenland ooit in hun kindervoetje gehad. Toch intrigeren deze stekelhuidigen ons natuurlijk ook.

Voortbeweging

Zee-egels kunnen zich prima voortbewegen. Vooral ’s nachts in bijvoorbeeld Egypte valt dat op omdat op de plaatsen waar je eerder overdag waarschijnlijk geen zee-egels zag, nu zee-egels zijn verschenen. De eerste twee foto’s hiernaast zijn gemaakt van zee-egels in Egypte tijdens een nachtduik. Ze zijn dan behoorlijk actief. Zee-egels beschikken over een soort voetjes waarmee ze zich, vooral over harde oppervlakken, goed kunnen verplaatsen.

Die voetjes werken hetzelfde als bij zeesterren. De uiteinden van deze voetjes zijn een soort vacuümpompjes waar aan het dier zich voorttrekt. Ze kunnen daarmee alle kanten op bewegen. Ze hebben geen voorkeurskant, ze draaien zich dan ook niet om omdat dat lekkerder zou “lopen”.

Ze laten zich bij het voortbewegen helpen door een aantal van hun stekels. Met de stekels zetten ze zich soms af en ze tillen zichzelf er mee omhoog zodat de weerstand met het grondoppervlakte wordt verkleind.

Om zich te kunnen verplaatsen zijn rotsen of koraal een goede ondergrond. Los zand werkt veel minder goed. Dat is ook de reden waarom men in Nederland vrijwel nooit last heeft van zee-egels tijdens een dagje strand. De meeste stranden zijn immers in Nederland van zand. Pootje baden in de Grevelingen is daarom een minder goed idee zonder waterschoenen aan.

De zee-egel beweegt zich overigens veel meer wanneer hij honger heeft dan wanneer dat niet het geval is. Het voortbewegen wordt dan ook nagenoeg geheel gekoppeld aan de voedselvoorziening. Een zee-egel gaat blijkbaar niet voor zijn lol een straatje om.

Wanneer hij pech heeft, valt hij om en ligt hij op een zijkant of op de bovenzijde. Door zijn vorm te veranderen en stekels te gebruiken kan hij zich meestal zelf vaak goed uit deze benarde positie bevrijden. Dat moet ook wel, want de onderzijde is behoorlijk onbeschermd.

Meer over zijn stekels

De stekels zijn bevestigd met behulp van een soort kogelgewricht. Hierdoor kunnen ze alle kanten op bewegen. Het reflexmatige afweermechaniek van een zee-egel is dat hij de stekels direct de kant op richt waar het gevaar vandaan komt. Voelt hij daarom iets, dan richt hij een groot deel van zijn stekels meteen die kant op.

Bij de meeste soorten (er zijn meer dan 950 soorten zee-egels!) vind je lange en kortere stekels terug. De lange worden de primaire stekels genoemd, de korte de secundaire. Deze stekels zijn hol. Dat maakt dat als je ze in je voet krijgt, ze vaak moeilijk te verwijderen zijn omdat ze onder de druk van een pincet gemakkelijk kunnen afbreken. De stekels zelf zijn vaak voorzien van een dun laagje gif. Daardoor zijn veel zee-egels giftig. Dit gif is bij de meeste soorten niet gevaarlijk, maar laat een eventuele verwonding door een zee-egel soms wel behoorlijk pijn doen. Hoewel ze toch al niet echt uitdagen om opgepakt te worden, verlaagd dit de aaibaarheidsfactor natuurlijk nog meer!

Op het pantser (soort inwendig skelet) bevindt zich een spier waarmee de stekels een bepaalde richting op gestuurd kunnen worden. Een ander mechaniek zorgt er voor dat een houding, als deze eenmaal is ingenomen, verstijfd kan worden zodat een zekere stevigheid en robuustheid ontstaat. Hierdoor wordt de zee-egel als het nodig is een blok van stekels die de kant van zijn vijanden op staat.

Tussen de stekels in, op de huid, bevinden zich een soort bladvormige beweegbare kleine uitsteeksels die pedicellaria worden genoemd. Dit kom je ook tegen bij bijvoorbeeld zeesterren. We weten daar nog niet zo heel veel van, maar elke pedicellaria blijkt wel een sensoren te bevatten die zaken van de omgeving kan registreren en kan aanzetten tot reageren op die omgeving. Ook bevatten pedicellaria spieren. Daarmee lijken ze een rol te spelen bij het schoonhouden van de huid.

Voeding

De mond van de zee-egel bevindt zich onder het dier. Er zitten een soort lippen op die je kunt zien wanneer het dier omgedraaid wordt. Het gebied waar de mond zich in bevindt wordt het peristome (betekent letterlijk: gebied rond de mond) genoemd en bevat ook speciale grijparmpjes om voedsel richting de mond te kunnen brengen. Ook de kieuwen vind je hier terug. In de mond zelf bevinden zich piramidevormige kalkplaatjes die als een soort tanden en rasp kunnen werken. Met die tanden kan de zee-egel niet alleen algen van de stenen schrapen, maar ook voedsel kapot krijgen en kan hij er ook prooien mee vasthouden of er mee aan dingen trekken.

Aan de bovenzijde van het pantser bevindt zich de anus en de geslachtsorganen. Ook bevindt zich daar een opening (madreporiet) om het watervatstelsel dat onder andere wordt gebruikt voor het hydraulische systeem waarmee de voetjes werken, goed gevuld te laten.

Veel zee-egels eten algen, maar sommige soorten voeden zich met kleine dieren zoals wormen en kreeftachtigen of leven als aaseters. Het voedsel wordt niet alleen door de grijparmpjes naar de mond gebracht, hoewel dat wel de voornaamste voedsel ‘aanbrenger’ is. De stekels spelen hier namelijk soms ook een rol in.

Voortplanting

Hoewel het heel moeilijk is om te zien, heb je mannetjes en vrouwtjes bij zee-egels. De eicellen worden door de vrouwtjes in het water los gelaten en in het water door de spermacelen van de mannetjes bevrucht. Uit de eitjes ontstaan larven die met het plankton hoog in het water drijven totdat ze, na een aantal gedaanteverwisselingen, naar de bodem zakken en stekels hebben gekregen. Ze zinken omdat zich in die fase de stekels van kalk beginnen te vormen.

Een soort die zanddollar wordt genoemd beschikt over een langwerpige papilla (holle vleesachtige buis) om de geslachtscellen een stukje verder boven het zand te kunnen loslaten. Er zijn wel meer zee-egels die soortgelijke oplossingen ontwikkeld hebben om de kans op bevruchting te kunnen vergroten.

Het duurt vaak een paar maanden voordat een larve zo ver is dat hij stekels gaat ontwikkelen. Het dier blijft groeien tot een jaar of vijf. Van een aantal soorten is bekend dat de individuen zo’n twintig jaar oud kunnen worden.

De Nederlandse soorten

In Nederland kom je het zeeboontje, de zeeklit (hartegel) en de zeeappel als soorten tegen. De zeeappel wordt het grootst (tot 20 cm) en vallen daardoor het meest op. Zeeklitten worden niet groter dan 5 cm en het zeeboontje niet meer dan 1 cm.

De zeeappel (zie ook de laatste drie foto’s hiernaast gemaakt in de Oosterschelde) levert het mooie bolvormige pantser op dat je soms langs de waterkant vindt. De zeeappel heeft, als een van de uitzonderingen, geen gif op zijn stekels. Ze komen voor van 0 tot zo’n 100 meter diepte.

De hartegel leeft ingegraven in het zand en heeft wel wat weg van een avocadovrucht met donshaar. Als je er een gevonden hebt in het zand, dan weet je vrijwel zeker dan er waarschijnlijk nog wel tientallen andere in dat zand aanwezig zijn. De hartegel ontwikkelt net als de zeeappel een bolvormig pantser, maar ziet er wel veel geplooider uit.

Het zeeboontje zul je als duiker niet zo snel tegenkomen, maar als je langs het strand wandelt, zie je er deste meer. Het zijn kleine ronde balletjes die beschimmeld lijken te zijn.

Geraakt door een zee-egel

Zee-egels vallen mensen natuurlijk niet aan waardoor de kans dat je er door geraakt wordt alleen ontstaat doordat je er op gaat staan of je als duiker bijvoorbeeld je handen ergens onhandig hebt neergezet. Als je onverhoopt toch door een zee-egel getroffen bent, dan breken de holle stekels meestal af in de huid. Het doet behoorlijk pijn, vooral door het gif dat zich op de stekels kan bevinden.

De stukjes stekel kun je het beste verwijderen met een pincet. Soms kun je met een naald ook nog wel wat bereiken. Let wel op, want je breekt de stukjes snel af in nog meer kleine stukjes. Door het getroffen lichaamsdeel in (heel) warm water te houden, verminder je de pijn dat veroorzaakt wordt door het gif.

In principe hoef je met een dergelijke verwonding niet naar een arts, tenzij je de stekels er niet goed uit krijgt of er een ontsteking ontstaat. De zee-egels die je in Nederland tegenkomt zijn niet of niet zo giftig dat wij daar als mens echt veel last van krijgen. Anders kan het zijn met enkele tropische soorten. Hiervan kan het gif wel degelijk een probleem zijn en daarmee moet je dan dus wel naar een arts toe gaan.

 

 

Dive4all is

Aquamed logo
Officieel Aqua Med dealer. Registreer online

Mares logo
Officieel Mares Premium Reseller

Dive4all opleidingen worden uitsluitend gegeven door gecertificeerde PADI Instructeurs en Divemasters.

Dive4all PADI school Utrecht

Tweets

Een vraagje

EIgenlijk zouden alle recreatieve duikers Rescue duikers moeten zijn