Volg ons  Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook

Deel deze pagina:
FaceBook  Twitter  

Duikers nemen lucht mee in duikflessen. Tussen de daarvoor gebruikte duikflessen zit nogal wat verschil. Daarnaast moeten ze gekeurd worden. Hoe zit dat allemaal?

Een SCUBA duiker is een duiker die gebruik maakt van een zogenaamde “Self Contained Underwater Breathing Apparatus”, oftewel een apparaat dat onafhankelijk onder water luchtvoorziening biedt. Om onafhankelijk te zijn dient de duiker het lucht bij zich te hebben en die lucht wordt vervoerd, onder druk, in een duikfles. Duikflessen worden geleverd in verschillende maten en van verschillende materialen. De 10 en 12 liter stalen duikflessen worden door recreatieve duikers in Nederland het meest gebruikt.

Stalen duikflessen

In Nederland duiken we doorgaans in wat kouder water waardoor we goed ingepakt het water in moeten gaan. Neopreen duikpakken van 7 mm dik of meer zijn daarvoor geen uitzondering. Dergelijke duikpakken hebben een groot drijfvermogen. We hebben dan ook heel wat lood nodig om onder te kunnen komen. Voor veel duikers geldt dat ze minimaal 8 kg of meer aan duiklood bij zich hebben.

Een stalen duikfles heeft door zijn gewicht een negatief drijfvermogen. Dit betekent dat ook wanneer er nauwelijks lucht in de duikfles zit, de duikfles nog steeds naar de bodem zinkt. Een stalen duikfles kan daarom beschouwd worden als een deel van het gewicht dat ons helpt om naar beneden te komen. Zou de duikfles niet meegenomen worden, dan zou dus extra duiklood nodig zijn.

Staal heeft niet alleen als voordeel dat het zwaar is, stalen duikflessen zijn ook kleiner dan aluminium flessen omdat de wand, door de sterkte, dunner mag zijn. Staal is heel sterk en niet erg gevoelig voor chemische inwerking omdat ze gemaakt is van een Chroom-molybdeen legering. Dit is een heel sterke staalsoort, die wel gevoelig is voor roestvorming.

Nu zou je misschien op het idee kunnen komen om je af te vragen waarom deze duikflessen niet aan de binnenkant worden voorzien van een soort coating zodat het roesten kan worden tegen gegaan. Daar is een heel praktische reden voor: onder de coating zou roest kunnen optreden en dat zou dan veel te laat geconstateerd worden waardoor risico gelopen wordt. Vandaar dat het coaten van de binnenzijde niet is toegestaan.

Door de manier waarop stalen duikflessen worden gemaakt, hebben ze een ronde onderkant. Stalen flessen hebben daardoor altijd een flesvoet nodig om te kunnen staan.

Aluminium duikflessen

Voor aluminium duikflessen wordt ook een legering gebruikt. Dit materiaal is lichter dan staal, maar omdat de aluminium legering minder sterk dan staal is, moet de wand van een aluminium tank aanzienlijk dikker zijn dan die van een stalen duikfles. Ze nemen daarom niet alleen meer ruimte in beslag (en zien er ook groter uit) want de inhoud moet vanzelfsprekend gelijk blijven, maar ze zijn ook zwaarder omdat er meer materiaal voor nodig is. Juist omdat ze een stuk groter zijn, verplaatsen ze meer water en neemt de opwaartse druk toe. In praktijk betekent dit dat wanneer een aluminium duikfles vrijwel leeg is, hij een licht positief drijfvermogen krijgt. Je hebt dan dus extra lood nodig. Probeer maar eens uit: als een aluminium duikfles vrijwel leeg is en je legt hem in het water, dan drijft hij. Doe je hetzelfde met een stalen duikfles, dan zinkt hij meteen naar de bodem.

Zorgen hoef je je over het feit dat aluminium zwakker is dan staal overigens niet te maken. Zowel stalen als aluminium duikflessen hebben hun degelijkheid al lang bewezen in de loop der jaren!

Aluminium duikflessen hebben veel minder last van roestvorming dan stalen duikflessen, maar ze roesten wel degelijk! Het zou overigens beter zijn om over corrosie te spreken, maar een kniezer die daar op let. Daar waar stalen duikflessen steeds verder roesten, en zeker als ze in contact komen met zout water, stopt dat proces zowat geheel bij aluminium duikflessen. Het laagje ‘roest’ op een aluminium duikfles beschermd in feite de laag er onder. Bij staal is dat niet het geval.

Aluminium is zachter dan staal waardoor aluminium duikflessen gevoeliger zijn voor krassen en putjes dan stalen duikflessen. De onderkant van de duikfles is recht (plat) en je zult dan ook in Egypte nooit aluminium duikflessen zien met een flesvoet. Die zijn gewoon niet nodig.

Het gebruik maken van een aluminium duikfles in Nederland zal voor de gemiddelde duiker niet echt veel voordelen opleveren tenzij je de duikfles goedkoper kunt aanschaffen. In het buitenland zoals Egypte zie je dat zowat uitsluitend met aluminium duikflessen wordt gedoken. Dat is ook logisch: ze zijn daar een stuk goedkoper dan stalen duikflessen, ze roesten minder snel en je hebt geen flesvoet nodig waardoor ze gemakkelijker te stapelen zijn.

Carbon duikflessen

Carbon (koolstof) is een sterke kunststof waar ook duikflessen van gemaakt kunnen worden. Bij carbon duikflessen gaat het om een composiet. Carbon is licht, sterk en roest niet en dat zijn natuurlijk grote voordelen. Maar carbon duikflessen bestaan uit een dunne stalen duikfles waar carbon omheen is aangebracht. De binnenkant kan dus nog steeds roesten, net als gewoon staal! Daarnaast zijn carbon duikflessen een stuk duurder dan de andere type duikflessen.

Omdat een carbon duikfles aanzienlijk lichter is dan een aluminium of stalen duikfles, moet je bij een carbon duikfles met hetzelfde volume meer duiklood meenemen dan dat je normaal gesproken mee zou moeten nemen. Ze zijn zelfs zo licht dat ze aan het einde van een duik een sterk positief drijfvermogen hebben gekregen. Ze gaan dan dus flink drijven! Ook hiervoor geldt daarom dat een carbon duikfles voor de meeste recreatieve duikers die in Nederland duiken niet meteen erg zinvol lijkt te zijn.

Wat je wel ziet is dat duikers die meerdere duikflessen mee moeten nemen (denk aan techduikers)  wel baat kunnen hebben bij wat lichtere duikflessen omdat ze al zoveel bij zich hebben. Daarnaast kunnen carbon duikflessen een werkdruk van 300 bar aan. Dit betekent dat een 10 liter carbon duikfles, die sowieso al een stuk kleiner is dan een 12 liter aluminium duikfles meer lucht kan leveren. Immers, 10 x 300 = 3000 liter lucht, 12 x 200 = 2400 liter lucht.

Het gegeven dat je aanzienlijk meer lucht mee kunt nemen met een 300 bar duikfles kan betekenen dat je, wanneer je met evenveel lucht wilt blijven duiken, je dus een minder grote duikfles nodig hebt zodat het meer aan duiklood hierdoor soms geheel gecompenseerd wordt.

In tegenstelling tot aluminium en stalen duikflessen kennen sommige carbon duikflessen een uiterste houdbaarheid. In dat geval staat dit op de duikfles. De aluminium en stalen duikflessen kunnen net zo lang mee als dat ze goedgekeurd worden, en dat kan heel erg lang zijn.

Internationaal en DIN

Veel Nederlandse duikers beschikken over een INT (internationaal) aansluiting van hun eerste trap. Om die te kunnen gebruiken heb je in de kraan van de duikfles een insert nodig waar een O-ring in zit. Later dan INTL is de standaard DIN (Deutsches Institut fur Normerung) gekomen. Bij deze aansluiting draai je de eerste trap met een schroefdraad de fleskraan in. Hoewel beide standaarden veel gebruikt worden wordt DIN als iets betrouwbaarder beschouwd en wint het ook steeds meer terrein.

Voor de meeste 200 bar duikflessen geldt dat je er zowel een DIN als INT eerste trap kunt aansluiten. Dit komt omdat er standaard een DIN kraan op wordt gemonteerd waar een insert is ingedraaid. Kranen die alleen INT aansluiting voeren, zie je vrijwel niet meer.

Wil je op een dergelijk kraan een DIN eerste trap bevestigen, dan schroef je met een inbussleutel de insert er uit en je bent klaar. Er bestaan ook een soort verloop adapters voor. Je kunt die op de aansluiting draaien zodat je een ander ‘uiteinde’ krijgt. Nodig is dit dus meestal niet als je tenminste weet dat je de insert er gewoon uit kunt draaien.

200 en 300 bar

Velen zijn gewend om te werken met een duikfles gevuld tot 200 bar. Er zijn echter ook duikflessen te koop die 300 bar aan kunnen. Met 300 bar heb je natuurlijk aanzienlijk meer lucht bij je en daarmee kun je langer op dezelfde diepte blijven dan met een 200 bar volgetankte duikfles.

De kraan van een 300 bar duikfles is wel wat anders dan die van een 200 bar fles. Het meest opvallende daar aan is dat je er geen insert in kunt draaien zoals dat met een 200 bar duikfles wel kunt doen. De INT aansluiting wordt namelijk niet gegarandeerd bij 300 bar. Kortom, 300 bar duikflessen zijn alleen geschikt voor DIN aansluitingen. De kranen zijn overigens ook breder gemaakt zodat je er geen INT aansluiting op kunt draaien.

Natuurlijk heb je alleen wat aan een 300 bar duikfles als je hem ook tot op die druk kunt laten vullen. Bij veel vulstations kan dat helemaal niet. Wat je dan ook wel eens ziet is dat de trotse bezitters van 300 bar duikflessen er soms een 200 bar kraan op laten zetten en hem daarmee tot een 200 bar duikfles omdopen. Je kunt er dan wel met een INT aansluiting mee duiken, en de duikfles wordt dan voortaan op maximaal 200 bar geperst.

Duikfles keuringen

We kennen twee soorten keuringen: de visuele inspectie en de hydro keuring (ook wel eens hydrostatische keuring genoemd). Bij de visuele inspectie wordt de fleskraan van de duikfles gehaald en wordt zowel de binnenkant als de buitenkant geïnspecteerd op roestvorming. Deze keuring wordt jaarlijks geadviseerd maar is niet verplicht. Duikers die veel in zout water duiken hebben er in praktijk ook eerlijk gezegd meer baat bij dan duikflessen die alleen in zoet water worden gebruikt. De kans op roestvorming in zout water is nu eenmaal groter.

Het is in Nederland bij de wet wel verplicht om je duikfles met behulp van een hydro test te laten keuren. Dat moet minimaal eens per vijf jaar plaatsvinden. Dat geldt voor alle duikflessen. Het idee dat een carbon duikfles niet gekeurd zou hoeven te worden is echt niet waar. Die kunnen immers bijvoorbeeld ook gaan roesten.

Wanneer een duikfles deze keuring niet tijdig heeft gehad mag hij niet meer gevuld worden bij een vulstation (of onze compressor) en mag hij ook niet meer onder druk worden vervoerd. Doe je dat wel, dan maak je kans op een boete.

Deze vijfjaarlijkse keuring is een keuring waarbij gecontroleerd wordt of de duikfles de werkdruk nog wel aankan. Het eerste deel verloopt gelijk aan die van de visuele inspectie: de kraan wordt van de duikfles verwijderd en de duikfles wordt zowel inwendig als uitwendig gecontroleerd op roest. Stel dat men (teveel) roest aantreft in of op de duikfles, dan wordt dit verwijderd door de duikfles te stralen. Bij het stralen worden er onder hoge druk schurende deeltjes in of tegen de duikfles aan gespoten. Deze deeltjes schuren tot in de kleinste gaatjes de roest weg. Gaat het om bijvoorbeeld de buitenkant van een stalen duikfles, dan wordt de duikfles daarna voorzien van een nieuwe laklaag. Een gestraalde duikfles ziet er hierdoor als nieuw uit wanneer hij terug komt.

Wanneer de duikfles roestvrij is, wordt gekeken of er zogenaamde putcorrosie heeft plaatsgevonden. Oftewel, of er gaten door roest zijn ontstaan in de wand die de wand ter plekke te zwak zouden hebben gemaakt. Putcorrosie komt bij aluminium duikflessen vrijwel niet voor (lees deel over aluminium duikflessen) en zul je dus vooral bij staal aantreffen. Carbon en stalen duikflessen zijn hier natuurlijk wel gevoelig voor. Bij Aluminium duikflessen gebeurt het wel eens dat de beschadigingen van de buitenkant zo groot zijn dat de duikfles daarom wordt afgekeurd. Overigens is putcorrosie de meest voorkomende reden om duikflessen af te keuren.

Treft men ook geen putcorrosie aan, dan wordt de tank geperst met water tot 1,5 keer zijn eigen werkdruk. Een 200 bar duikfles wordt dus tot 300 bar afgeperst, een 300 bar duikfles tot 450 bar. Daarbij wordt niet alleen gekeken of de duikfles deze druk wel aan kan, maar ook hoe snel hij weer in zijn oude vorm terug komt nadat de druk er af is gehaald. Dit zegt immers iets over de metaalmoeheid. Deze test vindt plaats met water (vandaar de naam “hydro test”) zodat bij een eventueel ‘klappen’ van de duikfles de gevolgen niet zo groot zijn als dat dit bij perslucht het geval zou zijn. Natuurlijk wordt de duikfles na de druktest goed gedroogd voordat hij wordt teruggestuurd.  

Komt hij ook goed door deze test heen, dan krijgt de duikfles in de hals een nieuwe inslag. De inslag vermeld de maand en het jaar van de keuring, en het jaar dat de volgende keuring moet plaatsvinden. Wanneer een duikfles terugkomt met een kruis door het keuringslogo (het leeuwtje) geslagen, dan betekent dit dat hij is afgekeurd en dus niet meer gebruik mag worden.

Let op: als je een duikfles ter keuring aanbiedt, dan moet je natuurlijk ook voor de keuring betalen als hij afgekeurd wordt. Daarnaast zal de keuringsinstantie je niet vragen of het goed is dat de duikfles bijvoorbeeld gestraald mag worden. Is het nodig, dan doen ze dat gewoon en moet je daarvoor meer betalen. Zo zijn de spelregels door de keuringsinstanties nu eenmaal opgesteld.

Onderhoud

Je kunt heel lang doen met een duikfles mits je hem maar goed verzorgd. Daarover zijn de meningen een beetje verdeeld en het kan ook nog per type duikfles verschillen. In het algemeen wordt wel gezegd dat als je een duikfles een langere tijd (dus maanden) niet gebruikt, je hem het beste staand zou kunnen opslaan en gevuld met slechts 20 of 30 bar. Een hogere druk stimuleert immers roest, zeker als er wat water in de duikfles terecht is gekomen.

Het staan wordt geadviseerd omdat de flesbodem iets dikker is dan de fleswand en eventuele roestvorming daar dus iets minder schade oplevert. Bedenk echter wel dat een staande duikfles een zeker risico met zich meebrengt en dat ook tussen de flesvoet (de zwarte rubberen onderkant) en de duikfles zelf vocht kan staan dat onder de flesvoet onzichtbaar roest kan laten ontstaan. Droog opslaan is daarom vanzelfsprekend het meest belangrijke.

Er zijn mensen die de kraan van de duikfles af laten draaien en het netje en de flesvoet verwijderen als ze een langere tijd de duikfles niet gebruiken. Ze zetten de duikfles dan op de kop om eventueel water weg te kunnen laten lopen. Als er eenmaal water in de duikfles zit, is het natuurlijk verstandig om dit te laten verwijderen, maar de duikfles langdurig open laten staan kan ook betekenen dat er juist vocht (bijvoorbeeld in de vorm van condens) de duikfles in komt. Beter dus om hem niet zo open op te slaan.

Kopen of huren?

Meestal betaal je niet zoveel voor het huren van een duikfles. Dat komt omdat duikflessen gemiddeld genomen niet zo duur zijn, robuust zijn en lang mee gaan. Als je een duikfles huurt, dan krijg je de vulling daarbij. Als je niet veel duikt kan het huren een goede keuze zijn omdat je voor een nieuwe duikfles al snel €250 betaalt en iedere vijf jaar ook nog eens de keuringskosten moet betalen. Daarnaast zit je nog met de opslag.

Stel je betaalt €5 voor de huur van een duikfles voor een dag en je duikt 5 keer per jaar in Nederland, dan kost je dit dus €25 per jaar. Na tien jaar ben je hier €250 voor kwijt. Voor die prijs en die periode kun je zelf geen duikfles kopen en onderhouden (laten keuren).

Ook als je meer denkt te gaan duiken kan het slim zijn om zeker in het begin toch een duikfles te huren. Wij zien namelijk nog wel eens dat duikers in het begin van hun duik carrière meer lucht verbruiken dan wanneer ze wat langer duiken. De aanschaf van een 15 of 12 liter tank kan na een jaar daarom soms al spijt opleveren. We kennen mensen die heel weinig lucht verbruiken en daarom op een gegeven moment voorkeur hebben om met 7 liter tanks te duiken. Hierdoor dragen ze veel minder gewicht mee en hoeven dat toch niet te compenseren met extra duiklood omdat deze duikflessen ook echt kleiner zijn.

Ga je duiken in het buitenland dan zul je zelden een eigen duikfles meenemen. Dus zal een duikfles in eigen bezit vooral handig zijn wanneer je in Nederland duikt, niet daarbuiten. Het hebben van een eigen duikfles is wel heel gemakkelijk. Je hoeft geen duikfles op te halen voordat je gaat duiken. En bij heel veel duikstekken in Nederland kun je gewoon zelf buiten tanken, wel zo gemakkelijk. En geloof ons: hoe meer moeite het kost, hoe minder je gaat duiken op den duur.

Tweedehands duikfles kopen?

Ja, in principe hoeft daar niets mis mee te zijn, maar bedenk je wel dat veel aangeboden duikflessen zich vaak over of vlak voor hun keuringsdatum bevinden en dus gekeurd moeten worden voordat ze gebruikt mogen worden. De duikfles kan dan afgekeurd worden of er zouden extra kosten voor eventueel stralen gemaakt moeten worden. Omdat een 5 jaarlijkse keuring al snel een bedrag boven de €55 bedraagt, moet je dit dus mee calculeren in de uiteindelijke prijs die je voor de duikfles betaalt. En een duikfles kan er aan de buitenkant heel mooi uitzien, de binnenkant zie je nooit wanneer je een dergelijke duikfles koopt.

Een nieuwe stalen duikfles vergt een investering van rond de €245. Als je voor een tweedehands duikfles €95 moet betalen en je krijgt de keuringskosten er nog bij, realiseer je dan dat je voor slechts €100 extra een geheel nieuwe tank hebt, zonder risico, vijf jaar mee te gaan voor de volgende keuring, voorzien van een nieuwe kraan, netje, etc..

Dive4all is

Aquamed logo
Officieel Aqua Med dealer. Registreer online

Mares logo
Officieel Mares Premium Reseller

Dive4all opleidingen worden uitsluitend gegeven door gecertificeerde PADI Instructeurs en Divemasters.

Dive4all PADI school Utrecht

Tweets

Een vraagje

EIgenlijk zouden alle recreatieve duikers Rescue duikers moeten zijn