Volg ons  Volg ons op Twitter Volg ons op Facebook

Deel deze pagina:
FaceBook  Twitter  

Voor veel duikers blijkt het kompas een ondoorgrondelijk apparaat te zijn. Natuurlijk kunnen ze wel een bepaalde kant opzwemmen, maar hoe je bijvoorbeeld een figuur als een driehoek zwemt onder water, blijft lang in nevelen gehuld. Toch is dat niet zo heel erg moeilijk.

Waarom een kompas gebruiken?

Veel duikers vinden een kompas een overbodig apparaat. Je kunt je dat misschien ook wel een beetje voorstellen wanneer iemand alleen rond koraaleilanden duikt of langs de ketting in Vinkeveen. De heenweg houd je dan het koraal aan je linkerkant, en op de terugweg aan de rechterkant. Geen kompas nodig.

Maar die afwijzing van een kompas heeft misschien ook wel wat te maken met het feit dat ze niet goed weten hoe ze hem moeten gebruiken. Er zijn namelijk situaties genoeg waarbij een kompas heel handig zal blijken te zijn.

Zodra het bodemprofiel anders wordt, bijvoorbeeld omdat er fraai begroeide pinnacles staan op een uitgestrekte vlakke zandbodem die je wilt bekijken. Het kan ook zijn dat je wegzwemt bij de ketting in Vinkeveen omdat het daar zulk slecht zicht is geworden door voorgangers die daar net waren langsgekomen en je komt uit op een vlak stuk bodem waar je je nergens meer aan kunt refereren. Of je duikt in water waar het zicht aanzienlijk is zoals bij een nachtduik. In dat soort gevallen wordt een kompas al snel onontbeerlijk.

Wie goed met een kompas om kan gaan, kan efficiëntere duikplannen opstellen en daarmee lucht besparen. Daarnaast haalt het een factor voor het ontstaan van onrust weg. Uit onderzoek blijkt dat veel duikers sneller gestresseerd raken wanneer ze niet meer weten waar ze zich bevinden. Meezwemmen met iemand die dat wel weet, lost dat in praktijk maar deels op.

De zeilstreep

Laten we het eerst hebben over een van de meest onbegrepen onderdelen van het kompas: de zeilstreep. Dit is een streep op of naast het kompas die je niet kunt verstellen. Het is ook niet de bedoeling dat je deze zeilstreep versteld omdat hij slechts als functie heeft je het kompas goed recht vast te kunnen laten houden.

De zeilstreepOp de foto hiernaast zie je een kompas waarop een rode streep staat. Deze rode streep is de zeilstreep. Het is de bedoeling dat je het kompas zo vasthoudt dat deze zeilstreep evenwijdig loopt aan de denkbeeldige as die door jouw lichaam (de lengteas) loopt. Je zou ook kunnen zeggen: de zeilstreep helpt je het kompas goed recht voor je te houden.

Als je het kompas goed vast hebt en de zeilstreep dus in het verlengde van jouw lichaamsas loopt, dan wijst de zeilstreep de richting op waar je heen zwemt.

Een kant op zwemmen

Stel je nu voor dat je een rechte lijn wilt zwemmen richting 110 graden. Verplaats nu je gehele lichaam (terwijl je de zeilstreep natuurlijk steeds in het verlengde van jouw lengteas houdt zodat deze meedraait) totdat de zeilstreep op 110 graden staat. Is dat gelukt, dan weet je dat je in de juiste richting in het water ligt en kun je dus die kant op gaan zwemmen.

Nu is dat houden van die zeilstreep op de 110 graden niet heel gemakkelijk omdat je steeds op het kompas moet kijken naar kleine streepjes. Om jezelf te helpen draait je daarom de verstelbare stelring van het kompas zo dat de enkele punt (dus niet de twee puntjes) gelijk staat met de noordpunt van de kompasnaald. Heb je dat gedaan, dan hoef je alleen maar te zorgen dat de kompasnaald tijdens het zwemmen naar de punt blijft wijzen en dan ga je de goede kant op.

Omdraaien is nog simpeler

Wanneer je om wilt keren hoef je niets aan je kompas te veranderen. Draai gewoon om totdat de noordpunt van de kompasnaald precies tussen de twee puntjes gaat wijzen die zich recht tegenover de enkele punt op de verstelbare stelring bevinden. Je draait dus nergens aan en je hoeft ook niets te berekenen. Draai je gewoon om en houdt het kompas in de juiste richting ten opzichte van jouw lengteas vast. Zwem je de richting op met de noordpunt van de kompasnaald tussen deze twee puntjes, dan zwem je exact de omgekeerde route als dat je heen bent gekomen. Zo simpel is dat!

Binnen Dive4all hebben we een naam aan die twee puntjes gegeven. We noemen ze het ‘huisje’. Immers, als de noordpunt van de kompasnaald in het huisje staat, zwemmen we terug (naar huis).

Een vierkantje

Je kunt deze techniek ook gebruiken wanneer je een figuur als een vierkant zou willen zwemmen. Je moet dan echter wel meerdere hoeken maken en alle gezwommen richtingen moeten even ver worden gezwommen, wil je goed uitkomen. Dat maakt het iets complexer.

Tel bij de koers de hoek er omheen opEen kompas meet geen afstand, de afstand zul je daarom zelf moeten regelen. Dat kan op verschillende manieren waarvan een daarvan is dat je gewoon de tijd opneemt van hoe lag je een bepaalde kant opzwemt, of dat dat je de luchtverbruik in de gaten houdt die je daarvoor verbruikt. Je kunt ook beenslagen tellen of andere methoden bedenken die er voor zorgen dat je ongeveer even lange benen van de figuur zult zwemmen.

Laten we zeggen dat de eerste lijn van de vierkant weer 110 graden is. Houd de zeilstreep dan goed ten opzichte van jouw lengteas en zwem de gewenste afstand richting die 110 graden. Je kunt natuurlijk de stelring gebruiken, net als bij de rechte lijn zoals hierboven beschreven of je kijkt door het kijkglas aan de zijkant van het kompas en zorgt dat de zeilstreep daar (die daar ook een klein stukje op getekend staat!) op de 110 graden blijft staan.

Kom je op de eerste hoekpunt aan, dan tel je bij de richting die je zwom (hier 110 graden) 90 graden bij op. Kortom, 110+90 = 200. De nieuwe koers is nu dus 200 graden geworden en je zwemt die kant op in dezelfde gewenste afstand. De stelring staat nu niet meer goed, dus die zou je weer bij kunnen stellen of je kijkt alleen naar de graden. Bij de tweede hoek tel je er weer 90 graden bij op, en dus koers je af op 290 graden. En, niet erg verassend, bij de derde hoek tel je er weer 90 graden bij.

Nu ontstaat er wel een klein probleempje: 290+90=380 en een kompas gaat maar tot 360 graden. Wat je nu doet is van de uitkomst 360 aftrekken en dan heb je de nieuwe koers. Dus 380 – 360 = 20 graden.

Je zult zien dat wanneer je de hoeken netjes maakt, je jezelf niet verrekend en dezelfde afstand blijft zwemmen, dat je dan weer goed bij het beginpunt uit zult komen.

Een driehoek

Nu zul je misschien denken dat je alle figuren kunt maken door de hoek in graden bij de eerder ondernomen koers op te tellen en er indien nodig 360 graden van af te trekken. Toch is dat niet helemaal waar, er zit een addertje onder het gras.

Stel je voor dat je een driehoek wilt zwemmen met benen van 30 meter.  We starten weer richting 110 graden. Na 30 meter zetten we de hoek in. De hoeken van een gelijkbenige driehoek zijn 60 graden. Je zou dus kunnen denken dat je nu 110+30=140 graden zou moeten gaan zwemmen, maar helaas, dan gaat het hopeloos mis. Je moet namelijk niet de hoek zelf zwemmen, maar om de hoek heen zwemmen. Dat betekent in praktijk dat je 180-60=120 graden erbij moet gaan tellen. Dus, 110+120=230 graden had je moeten gaan zwemmen. Bij de volgende hoek gaat er weer 120 graden bij zodat de koers dan 230+120=350 graden wordt.

Uh, waarom gaat dat dan wel goed met een vierkantje? Tja, bij een vierkantje deed je hetzelfde, maar misschien had je dat toen niet in de gaten. De hoek van een vierkant is namelijk 90 graden, en wil je daar omheen zwemmen dan zou je 180-90=90 graden moeten zwemmen. De uitkomt is hiervan dus ook 90 graden en daarom lijkt het er op dat je de hoek zwemt, maar je zwemt wel degelijk het stuk er omheen.

Kortom, de volgende koers in een figuur wordt altijd berekend door de formule: Oude koers + (180 – hoek). Hoe kleiner de hoek dus van de figuur, hoe groter de hoek die je er “omheen moet zwemmen”.

Hoogte houden

Hoe minder goed het zicht is, hoe meer je op je instrumenten terug zult moeten vallen. Bij nachtduiken merk je dat helemaal. Wat dat betreft is navigeren tijdens het nachtduiken vergelijkbaar met navigeren in een vliegtuig. Omdat je snel van je koers af kunt raken, heb je vaak veel aandacht nodig voor het navigeren zelf. Daardoor wordt de kans groter dat je niet op de gewenste diepte blijft duiken maar onderbewust dieper kunt gaan afdalen of juist ongemerkt omhoog kunt gaan.

Blijf de diepte in de gaten houdenHet is dan ook niet ongebruikelijk om, wanneer er genavigeerd moet worden, de taken te verdelen. Een buddy kijkt op het kompas, de andere houdt de diepte in de gaten. Een zoveelste reden om de voordelen van duiken met buddy’s te kunnen benadrukken.

Als het niet nodig is, doe het toch

Ook al ken je het water waar je in gaat duiken nog zo goed en is het nog zo helder, je doet er ons inziens altijd goed aan om je kompas in te stellen zodat je in alle gevallen snel kunt weten waar je bent. Je weet immers nooit wat er kan gebeuren.

Wij leren onze PADI Open Water cursisten daarom aan om voor de duik met hun rug naar het water te gaan staan om vervolgens de noordpunt van de kompasnaald “in het huisje” te zetten. We raden ze dan aan om daarna niet meer aan hun stelring te komen. Bevinden zij zich waar dan ook in het water, als ze zich onder water zo draaien dat de noordpunt van de kompasnaald zich weer in het huisje bevindt, dat gaan ze richting de kant.

Slot

Navigeren is niet moeilijk, maar vereist wel wat oefening. Wanneer de tekst hierboven aanleiding geeft om je het idee te geven dat er toch wel een en ander bij komt kijken, dan bieden wij daarvoor nu al ons excuus aan: dan hebben wij het namelijk te onduidelijk opgeschreven, het is namelijk echt niet zo ingewikkeld!

Dive4all is

Aquamed logo
Officieel Aqua Med dealer. Registreer online

Mares logo
Officieel Mares Premium Reseller

Dive4all opleidingen worden uitsluitend gegeven door gecertificeerde PADI Instructeurs en Divemasters.

Dive4all PADI school Utrecht

Tweets

Een vraagje

EIgenlijk zouden alle recreatieve duikers Rescue duikers moeten zijn